Waarnemend CD&V-voorzitter en holebi: “Ik heb meer dan mijn deel van het verbale geweld gehad”
Turnhout - CD&V-Turnhout roept op om homo- en transfobie in een vijfhoeksoverleg, waarbij ervaren instanties als Cavaria of Unia zijn betrokken, aan te pakken. “Dat werkt”, zegt waarnemend voorzitter Jordie Cramer, die zelf homoseksueel is alsook slachtoffer van homofoob geweld.


Een radeloze vader klaagde eind juli het homofoob geweld in de Turnhoutse stationsbuurt aan. Zijn zoon, een 14-jarige met genderdysforie, was daarvan alweer het slachtoffer geworden.

Turnhout ontsnapt niet aan dit maatschappelijke fenomeen. Dat beseft ook Jordie Cramer (26). Cramer, waarnemend voorzitter van de lokale CD&V-afdeling, is een ervaringsdeskundige. “Dat ik nooit fysiek ben aangepakt, heb ik te danken aan mijn vrienden, die me steeds vergezelden en voor mij opkwamen. Maar van verbaal geweld heb ik meer dan mijn deel gehad. Zelfs twee weken geleden nog.”

Het gebeurt in het openbaar. Homofobie verbergt zich niet. “Ze roepen me na op de Grote Markt, schelden me uit nabij de Warande of op het perron van het station. Nu durf ik al te reageren, maar ik heb het er als tiener erg moeilijk mee gehad. Je maakt een heel proces mee, de zoektocht naar wie je zelf bent. Dan kan je er dat homofoob geweld echt niet meer bij hebben. Elk scheldwoord kwetst enorm.”

Ervaring met homofobie
Jordie Cramer sprak erover met Orry Van de Wauwer, die Vlaams parlementslid voor CD&V én homoseksueel is. “Hij heeft mogelijke oplossingen aangereikt vanuit het lerend netwerk van Gelijke Kansenambtenaren van de centrumsteden. Dit probleem stelt zich ook elders. Enkele steden staan al verder in hun aanpak van homofoob geweld. Organisaties als Unia of Cavaria hebben de expertise om, net als in Sint-Niklaas, Antwerpen of Kortrijk, een vier- of vijfhoeksoverleg op te starten, waarin ook stadsbestuur, politie, parket en het maatschappelijk holebi-middenveld zijn betrokken. Dergelijk overleg kan constructieve oplossingen aanbieden aan jongeren die met deze vormen van geweld en haat te kampen krijgen.”

Anderen pleiten voor nultolerantie en een harde aanpak van de homohaters. Jordie Cramer niet. “Er bestaan technieken om situaties van homofobie te ontmijnen. We moeten daarvoor zeker kijken naar de opvoeding. Homoseksualiteit is al een thema in middelbare scholen, maar dat vind ik te laat. Daar zijn jongeren vaak al gebrainwasht. Ik zou het thema al in de lagere school ter sprake brengen. Zelf heb ik een heel positieve ervaring met een moslimfamilie met wie ik dat gesprek heb kunnen voeren. Als we leerkrachten kunnen ondersteunen, is het contact met ouders beter te leggen.”

Jordie Cramer wil zelf een actieve rol spelen in de aanpak van homofobie. “Pas nadat je zelf zoiets hebt meegemaakt, besef je hoe diep dit je raakt en dat je leven voor lange tijd wordt beheerst door angst. Jonge mensen die in de puberteit worden geconfronteerd met de onzekerheid over hun geaardheid, zijn ontzettend kwetsbaar. Ik wil graag mijn ervaring en kennis meebrengen naar de tafel en een stem zijn voor iedere holebi die al dan niet slachtoffer is geworden van verbaal of fysiek homofoob geweld.”